Home » De Bijbel deel 13

DEEL 13: Het donorregister

Door: P.F.v.d.Meer Sr.

 

Er is een nieuwe wet voor orgaan- en weefseldonatie, 1998. Bij het Donorregister kan men laten registreren of men na zijn overlijden organen en weefsels wel of niet beschikbaar wil stellen voor transplantatie. Het gaat om organen zoals hart, longen, nieren, lever, en alvleesklier. Ook weefsels, zoals huid, hartkleppen, botweefsel en hoornvliezen.

 

De overheid maakte via deze nieuwe wet elke Nederlander ongevraagd tot een potentiële donor. Eigenlijk hebben wij niets meer te kiezen, daar het ‘Bevoegd Gezag’ dat reeds voor ons heeft gedaan. Waarom maakt de overheid zich anders zo druk om 12,2 miljoen brieven te verzenden (kosten?....met Eurotransplant als sponsor)? Volgens deskundigen zal het weinig of niets aan nieuwe organen opleveren. Dus waarom dan toch deze nieuwe wet en actie?

 

TRANSPLANTATIE en BLOEDTRANSFUSIE, hoe staan wij daar tegenover?

Daar dit momenteel actueel is, gezien de landelijke campagne voor donors, wilden wij een artikel hieraan wijden. Enkele praktische voorbeelden: In het boek “Hart en ziel” door Clair Sylvia en W. Novak, uitgegeven door Luitingh/Sijthoff, beschrijft Clair haar ervaring met de gevolgen van een harttransplantatie die zij onderging. Er is ook een documentaire van de IKON uitgezonden over Clair Sylvia, onder leiding van dr. G. Edelman, een Amerikaanse hersenonderzoeker.

 

Clair was een rustige 56-jarige vrouw uit Boston die nooit bier dronk, geen groene paprika’s at en ook geen kipburgers lustte voor haar operatie. Tot haar eigen grote verbazing snakte zij direct na haar operatie naar bier, en ook naar groene paprika’s en kipburgers. Zij ontdekte dat er iets vreemds en eigenaardigs met haar lichaam aan de hand was sinds de harttransplantatie. Zij geraakte in een identiteitscrisis, want wie die ‘ander’ was waarvan zij nu het hart in zich omdroeg wist zij niet. Er was in haar iets wezenlijks veranderd door de operatie. Zij voelde zich niet langer haar eigen persoon van voorheen, en ontwaarde -zoals achteraf bleek- iets van haar donor in haar eigen lichaam. Er kwamen in haar onverklaarbare verlangens op. En haar hele persoonlijkheid werd mannelijker, dus moest het donorhart van een man afkomstig zijn. Toen Clair er via onderzoek achter kwam van wie zij haar donorhart had ontvangen, is zij naar de naaste familie van die persoon gegaan. Het betrof het donorhart van een nog jongeman die bij een auto ongeluk om het leven was gekomen.

 

Clair vroeg aan de familie of de jongen soms bier dronk en groene paprika’s en kipburgers lustte. Dat bleek inderdaad het geval, daarop was de jongeman verzot! Clair ging hierover nadenken. Zij concludeerde dat lichaam en geest veel dichter bij elkaar liggen dan algemeen werd gedacht.

 

In de westerse geneeskunst ziet men het hart als een pomp, meer niet. Dat deed men in de oudheid niet, daar was het hart het centrum van wijsheid en emotie. In sommige samenlevingen aten krijgers het hart op van de verslagen vijanden, om alzo hun kracht te bemachtigen. Wij zullen straks onderzoeken wat de Bijbel zegt over het hart en onze andere organen.

 

Clair is er van overtuigd dat er een vorm van ‘cellulair geheugen’ bestaat. Daardoor kunnen bij een transplantatie van vitale lichaamsdelen (vooral organen) ook emoties, verlangens, herinneringen, gevoelens, ja zelfs misschien wel dromen worden overgedragen, aldus Clair.

Ook Bart de Graaff, het vrolijke ketelbinkie van de tv-wereld was na een niertransplantatie totaal in de war. In een interview met Henk van der Meyden gaf Bart verslag van zijn gevoelens en ervaringen, zie ‘De Telegraaf’ van 29-12-1997.

 

Bart wilde na de niertransplantatie zelfs niet meer verder leven. Hij had het gevoel dat hij niet meer bestond. Met zijn nieuwe nier bleek hij ook een hele andere persoonlijkheid gekregen te hebben. Het was, zei hij, alsof iemand anders in mijn lichaam was gekropen, en wel iemand die niets met mij te maken had. Ik was gewoon mezelf niet meer. Zo brutaal als ik voor de transplantatie was, zo mensenschuw was ik nu. De Bart van vroeger leek na de transplantatie te zijn verdwenen, aldus Bart.

 

 

Bart hoorde toen van de artsen dat hij niet de enige was. Men vertelde hem een verhaal van een man die 25 jaren lang gelukkig getrouwd was, maar die na een niertransplantatie de benen had genomen, daar hij niet meer dezelfde man was van voorheen.

 

Bart vroeg zich af of hij nog wel verder wilde leven. Zijn leven was 180 graden omgekeerd. Bart dacht dat hij niet meer bestond, in het verkeerde huis woonde, in een verkeerde wereld en in een verkeerd lichaam huisde. Tot tweemaal toe kreeg Bart daarna een bloedtransfusie, en dat nieuwe bloed blijkt hem ook weer nieuw leven te hebben gegeven. Dat maakte Bart tot een nóg weer ander mens. Zijn vorige vermoeidheid verdween, en hij kreeg weer zin in het leven.

 

Het zou vervolgens uitermate interessant en van grote wetenschappelijke waarde zijn om na te gaan van welke personen achtereenvolgens de nieuwe nier en de beide bloedtransfusies afkomstig waren! Bart zou zelf het transplantatieteam kunnen vragen om onder geheimhouding contact op te nemen met de familie van de donor en met de bloedgevers, om zo tot een ontmoeting te komen. Ongetwijfeld zou daaruit een hele bijzondere TV-uitzending of documentaire kunnen resulteren! “Maar ik ben wél veranderd door dit alles. De oude Bart is er niet meer,” aldus Bart de Graaff!

 

Zaterdag 11 april 1998 stond in “De Telegraaf” nog een artikel: “Lijdensweg getransplanteerden en partners stopt niet na operatie”. Ook in dit artikel blijkt dat de lijdensweg van mensen die een transplantatie ondergingen lang en zwaar is. Dit zijn toch wel sprekende voorbeelden waaruit blijkt dat er iets tegennatuurlijks plaats heeft tijdens en/of na de transplantatie van organen. Organen vormen kennelijk één geheel met de persoonlijkheid, van de mens (denk slechts aan de uitdrukking dat men “vakman, of Nederlander is.... in hart en nieren”). Dat is het unieke van elk mens, van elk dier, van elk schepsel. Geen blad van plant of boom over heel de aarde is exact gelijk aan een ander. Geen mens is gelijk aan een ander, en naar wij moeten aannemen , is ook het bloed van elk mens verschillend van alle andere mensen, zelfs als de bloedgroep hetzelfde is.

 

Dat volgt simpelweg uit het voorgaande (en andere) praktijkvoorbeelden, waarbij er vanzelfsprekend nauwlettend op toegezien is dat de patiënt donorbloed (of een orgaan) ontving dat bij zijn eigen bloedgroep paste. Toch blijken er verschillen te bestaan waardoor de behandeling ‘niet-aanslaat’, of waardoor onverwachte neveneffecten optreden. De oorzaak is misschien dat bloed niet alleen gekarakteriseerd wordt door z’n bloedgroep (die wetenschappelijk is vast te stellen) maar daarnaast ook door heel andere factoren die tot nu toe niet zijn onderkend of niet meetbaar waren, zoals karakter, temperament en andere eigenschappen van de donor.

 

Ook geen vingerafdruk op aarde van alle miljarden mensen is gelijk. En ga zo maar door. Dus is transplantatie van organen in feite nog een lapmiddel! En, moeten wij onze organen afstaan voor dergelijke lapmiddelen? De vraag is dan of wij, kost-wat-kost een leven moeten verlengen met de middelen en technieken welke de medische wetenschap bezit? Ook als daaraan ernstige gevaren kleven en er in feite een ontmenselijking, een ontpersoonlijking plaats heeft?

 

Wij menen stellig -op grond van de Bijbel- dat dat niet geoorloofd is, en dat wij ons leven niet tegen elke prijs mogen en dienen te verlengen, hoe verdrietig een sterfgeval ook is. De Bijbel gaat uit van een andere logica dan de wetenschap der menselijke wijsheid. In ons verdere onderzoek zullen wij nagaan wat de mens is, wat het bloed is, en wat de organen van de mens zijn, en hoe de Bijbel daarover spreekt, met daarbij de vraag of de overheid ons mag dwingen tot een standpuntinname inzake eigen organen bij overlijden.

 

Bloed is iets dat gemaakt wordt in ons beenmerg. Elke seconde zouden er drie miljoen rode bloedlichaampjes worden aangemaakt, die ongeveer drie maanden leven. Bloed is rood, doordat er 500 maal meer rode dan witte bloedlichaampjes zijn. Het hart pompt 100.000 maal per dag het bloed door het lichaam, waarin circa 100.000 km aderen en haarvaatjes zijn.

 

Onze bloedcellen zwemmen in een vloeistof, die wij “plasma” noemen. Plasma bestaat voor 95% uit water, waarvan het zoutgehalte overeenkomt met zeewater. Bloed is dikker dan water. In bloed zitten, behalve zout, ook eiwitten, voedingsmiddelen, afvalstoffen en hormonen. Een arts kan aan de hand van deze stoffen meten hoe het met ons lichaam gesteld is. In het bloed ligt alle informatie opgesloten over ons lichaam. Uit een enkele druppel bloed kan een arts een boek vol informatie halen.

 

In een medisch blad lazen wij daarover het volgende: “Het bloed van de Moeder. Al een tijdje kunnen doctoren het geslacht van een ongeboren kind bepalen aan de hand van wat bloed van de moeder. Enkele cellen van het kind dringen namelijk in het bloed van de moeder door. Nu ontwikkelen artsen manieren om uit het bloed van de moeder informatie te halen over de toestand van het kind”. Bloed is handelswaar geworden, sinds men bloedtransfusies is gaan toepassen. Bloedbanken verdienen eraan, en ook ziekenhuizen. Wanneer een patiënt slechts een kopje bloed heeft verloren, hangt men al gauw een zak bloed boven het bed. Bloedtransfusie is, het bloed dat in de aderen van de ene mens stroomt, overbrengen in de aderen van een ander mens. Is dit medisch, ethisch en bijbels gezien verantwoord en toegestaan?

 

Uit Gen.9:4vv; Lev.17:10,11,13; Deut.12:23-25 blijkt dat het absoluut verboden is bloed te eten, bloed van een mens te vergieten, daar in het bloed de ziel (het leven) is. Ge 9:4 Doch het vlees met zijn ziel, [dat] [is] zijn bloed, zult gij niet eten. (SVV) Ge 9:5 En voorwaar, Ik zal uw bloed, [het] [bloed] uwer zielen eisen; van de hand van alle gedierte zal Ik het eisen; ook van de hand des mensen, van de hand eens iegelijken zijns broeders zal Ik de ziel des mensen eisen. (SVV)

 

Ge 9:6 Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door den mens vergoten worden; want God heeft den mens naar Zijn beeld gemaakt. (SVV) Le 17:10 En een ieder uit het huis Israëls, en uit de vreemdelingen, die in het midden van hen als vreemdelingen verkeren, die enig bloed zal gegeten hebben, tegen diens ziel, die dat bloed zal gegeten hebben, zal Ik Mijn aangezicht zetten, en zal die uit het midden haars volks ui roeien. (SVV) Le 17:11 Want de ziel van het vlees is in het bloed; daarom heb Ik het u op het altaar gegeven, om over uw zielen verzoening te doen; want het is het bloed, dat voor de ziel verzoening zal doen. (SVV) Le 17:13 Een ieder ook van de kinderen Israëls en van de vreemdelingen, die als vreemdelingen in het midden van hen verkeren, die enig wild gedierte, of gevogelte, dat gegeten wordt, in de jacht gevangen zal hebben; die zal deszelfs bloed vergieten, en zal dat met stof bedekken. (SVV) De 12:23 Alleen houdt vast, dat gij het bloed niet eet; want het bloed is de ziel; daarom zult gij de ziel met het vlees niet eten; (SVV) De 12:24 Gij zult dat niet eten; op de aarde zult gij het uitgieten als water; (SVV) De 12:25 Gij zult dat niet eten; opdat het u, en uw kinderen na u, welga, als gij zult gedaan hebben, wat recht is in de ogen des HEEREN. (SVV)

 

Uit Gen.9 blijkt dat eten van bloed absoluut verboden is, maar ook dat het vergieten van mensenbloed moord is. Door het slachten van dieren en het vergieten van bloed, of liever het uitgieten van het bloed op het altaar of op de grond, gaven de Israëlieten te kennen dat zij en het dier in feite Gode toebehoorden. Het leven dat wij hebben ontvangen, is vertegenwoordigd in het bloed. En iemand die de wet van het bloed negeerde, kreeg zijn straf, zoals in Lev.7:26 en 17:14 staat:

Le 7:26 Ook zult gij in uw woningen geen bloed eten, hetzij van het gevogelte, of van het vee. (SVV) Le 17:14 Want het is de ziel van alle vlees; zijn bloed is voor zijn ziel; daarom heb Ik tot de kinderen Israël gezegd: Gij zult geens vleses bloed eten; want de ziel van alle vlees, dat is zijn bloed; zo wie dat eet, zal uitgeroeid worden. (SVV)

 

Laden wij dan geen bloedschulden op ons door bloed af te laten tappen en te transfuseren? Jes.4:4, 33:15; Ez.7:23. Ook in noodsituaties blijft Gods Wet geldig. Dat zien wij in 1 Sam.14:31-35, alwaar de honger van het volk geen excuus vormde voor het eten van niet goed ontbloed vlees! Bij de Israëlieten (later ook bij joden) was zelfs de gedachte alleen al om bloed van een dier of mens te eten reeds weerzinwekkend. En ook in Hand.15:19-21 zien wij dat bloed behoort tot de zaken die men niet mocht eten: Maar hun zal aanschrijven, dat zij zich onthouden van de dingen, die door de afgoden besmet zijn, en van hoererij, en van het verstikte, en van bloed. (SVV)

 

Tertullianus 160 na Christus, wees erop dat de Romeinen de gewoonte hadden bloed te drinken, maar dat christenen dit beslist niet deden. Op het Quinisextum-concilie te Constantinopel in 692 is gesteld dat de Schrift ons gebiedt onthouding van bloed, hoererij en het verstikte. Iemand die het waagt om bloed te eten, ook al is hij een heilige, zal van de kerk worden afgesneden!

 

Duidelijk is dat een mens zijn leven niet in stand mag houden met bloed en organen van een ander mens of dier, Gen.9:3-4; Hand.15:28-29. Of men nu bloed via de mond eet, of dat men bloed via een slang in de aderen laat lopen, maakt geen verschil! De bijbelse opdracht ‘zich van bloed te onthouden’ ziet duidelijk op het opnemen van vreemd bloed in eigen lichaam, op welke wijze dan ook. En zo ligt dat ook met organen. Of men nu organen eet van dieren, of dat men organen laat inplanten, het is en blijft bijbels verboden!

Lev.3:4,10,15, 4:9, 7:4, 8:16, 9:10. Elk mens, en zeker een christen, dient dan ook te weigeren op enigerlei wijze bloed van dieren of mensen in zijn lichaam toegediend te krijgen, alsmede organen. Het heidendom, met name het kannibalisme, is echter teruggekeerd!

Voor de meeste mensen is dit leven het één en al. Dus moet het leven met alle mogelijke manieren en technische lapmiddelen gerekt worden. Zulks leert de Bijbel niet. En het is prijzenswaardig dat de Jehovagetuigen zich hieraan stipt houden. In de Bijbel wordt getoond dat dit leven een doorgangshuis is, een proeftijd voor het toekomende leven na de opstanding.

 

Doordat de meeste mensen blind zijn voor het leven na dit leven, zien zij het weigeren van bloedtransfusie en transplantatie van organen als zelfmoord en moord. Dat is foutief. Zelfmoord is immers zelfvernietiging. Het weigeren van bloed en organen is echter respect hebben voor de Schepper en het leven. Door vreemd bloed en vreemde organen in het lichaam op te nemen, laat men toe dat de eigen ziel wordt aangetast! Dient een arts werkelijk het welzijn van zijn patiënt wanneer hij door transplantatie/transfusie die patiënt in leven houdt ten koste van diens ziel en identiteit?

 

Neem daarbij de gevaren die eraan kleven. Hoe betrouwbaar is donorbloed gebleken? Er zijn honderden mensen via bloedtransfusie en bloedpreparaten met het aids-virus besmet geworden. Welk een lijdensweg moesten zij toen volgen! Er zijn in-en-in trieste verhalen te over, lees o.a. wat daarover in het R.D. 13-12-1997 stond. Ook kunstbloed is verboden en onacceptabel, daar dit wordt vervaardigd van krokodillen- en varkensbloed, dus van onreine beesten. Een mens kan en mag zijn leven niet instand houden met bloed van een ander schepsel, Gen.9:3,4.

 

De bloedbanken maken vermoedelijk geen of te weinig onderscheid in hun bloed. Zij discrimineren immers niet tussen rassen, seksen, alcoholisten, rokers, criminelen, etc-. Ook wordt er soms niet gelet of er medicijnen of serums door de donor werden gebruikt, en welke; en ook of de donor in optimale conditie was, en ga zo maar door. Artsen beschouwen bloed maar al te vaak als een soort ‘wondermiddel’. Men schijnt zelfs algehele bloedverversing toe te passen op erge drugsverslaafden, waarna zij volkomen ‘clean’ zijn.

 

Uit een onderzoek ergens in de USA bleek dat in sommige gevallen bloedtransfusie voor 99% overbodig was. En het weigeren van bloed vat men al spoedig op als een soort zelfmoord. Men ontkent weliswaar niet dat er vele en grote gevaren kleven aan bloedtransfusies en orgaantransplantaties, maar men wil het toch wel gaarne toegepast zien. Bloed is zeer ingewikkeld van aard. Bloed is een weefsel, een vloeibaar weefsel. Het bloed van elk mens is specifiek, dat wil zeggen, bij die persoon geheel enig in soort, daar de persoonlijke identiteit eraan verbonden is.

 

In het gunstigste geval kan bloedtransfusie en orgaantransplantatie slechts gedeeltelijk overeenkomen met eigen bloed en/of organen. Daarom is het gevaar zo levensgroot. En vandaar dat dr. Roparte, directeur van het Centrale Departement voor Transfusies in Frankrijk opmerkte dat ....”een fles bloed is gelijk aan een bom”. Zou deze man het soms niet uit ervaring kunnen weten?

 

En een regeringspublicatie uit de USA weet te melden dat bloedtransfusie vergeleken kan worden met het geven van een geladen pistool aan een onvoorbereid en onbekwaam persoon! Zo zijn er talrijke typen transfusie-reacties, die zelfs de dood kunnen veroorzaken (in de USA per jaar circa 3000 - 3500).

 

Prof. H. Busch (Duitsland) zegt dat bloed gezien moet worden als een zeer gevaarlijk geneesmiddel! Vele ziekenhuizen in deze wereld laten hun patiënten dan ook een verklaring tekenen dat zij niet de arts of het ziekenhuis aansprakelijk zullen stellen voor eventueel letsel dat men oploopt als gevolg van bloedtransfusie. dat is toch wel tekenend voor de situatie!

 

Er zijn alternatieven. Er zijn goede vervangingsmiddelen o.a. een zoutoplossing, dextran, en Ringers-oplossing. Deze zijn met succes toegepast. Waarom past men zulke onschuldige middelen niet meer en meer toe?

 

Bloed

In het Hebreeuws ‘dam’, Strongs 1818, van damah = onderwerpen, tot stilte brengen. Rode bloedlichaampjes (erytrocyten) leven circa drie maanden. In het rode beenmerg worden de rode bloedlichaampjes aangemaakt. Dit geschiedt volslagen automatisch en zelfregulerend. Afgestorven bloedlichaampjes worden verwijderd en afgevoerd, en wat daarin nog bruikbaar is aan ijzer wordt voor een deel gebruikt voor de vorming van galkleurstof, en het andere deel wordt omgevormd tot een prikkelstof om het beenmerg te activeren.

 

De kleur van bloed is eigenlijk niet rood, maar groen, gelijk aan chlorofyl. Onder een microscoop is dit te zien. Een dikke laag bloedlichaampjes kaatst echter de rode lichtstralen sterker terug dan de groene, en daardoor lijkt het dat bloed rood van kleur is. Bloed is het onmisbare medium voor alle stofuitwisseling. Alle individuele of rasverschillen vinden hun weerspiegeling in het bloed. Het bloed bevat constitutionele, erfelijke eigenschappen als individueel kenmerk, en ook als rassenkenmerk.

 

Witte bloedlichaampjes (leukocyten) zijn de politieagenten van het bloed, en zijn bij de afweer tegen infectieziekten betrokken.. Bloed is de meest geheimzinnige, uiterst gecompliceerde en hoogstbelangrijke levensvloeistof. De mens kan daarin niet gaan zitten ‘dokteren’, zonder zich te bezondigen.

 

Bloedtransfusie is reeds zeer oud. In de 15e eeuw liet Paus Innocentius VIII zich het bloed van drie jonge mannen inbrengen, om daardoor langer te zullen leven. De man stierf er juist van! Ook spoot men toentijds veel kalver- en lamsbloed in. De resultaten waren catastrofaal, vanwege de agglutinatie (bloedstolling en klontering). En volgens dr. Manoiloff komen er in de rode bloedlichamen bij elk ras verschillende stoffen voor. Dus is vermengen heel gevaarlijk! Met de organen vormt bloed in ons lichaam een samenwerkingsverband. Longen zorgen voor zuurstofoverdracht naar het bloed. Het bloed transporteert zuurstof en andere lichaamsopbouwstoffen overal naar toe in het lichaam, en neemt tegelijk afvalstoffen mee. Het afvalproduct koolzuurgas wordt via de longen uitgeblazen, en het uriniestelsel zorgt voor afscheiding van andere afvalstoffen.

 

Nieren regelen echter ook de hoeveelheid stoffen die nodig zijn om het lichaam goed te laten functioneren. Zij regelen ook het waterhuishouding in het lichaam. De nier wordt wel het mooiste orgaan van het lichaam genoemd. Oude anatomen noemden de nier de ‘elegantste’ der ingewanden, gezien de vorm. De nier is een bijzonder mooi geconstrueerd orgaan. Nieren, in het Hebreeuws “lajot” en Grieks “nephroi”, vormen samen met het hart het geheimzinnigste en geheimste inwendige van de mens. In de Bijbel worden zij direct in verband gebracht met onze innigste roerselen, Ps. 139:13. Ps 139:13 Want Gij bezit mijn nieren ; Gij hebt mij in mijner moeders buik bedekt.

 

En met grote smart, zie Job 16:13; diepe nood, zie Ps.73:21; met diep verlangen, zie Job 19:27; met het geweten, zie Ps.16:7. In dat binnenste van ons mensen kan geen enkel ander mens kijken, alleen de Schepper proeft de nieren en doorziet ons hart, Jer.11:20, 17:10; Ps.26:2. Jer 11:20 20 Maar, JHWH der heirscharen, Gij rechtvaardige Rechter, Die de nieren en het hart proeft! laat mij Uw wraak van hen zien; want aan U heb ik mijn twistzaak ontdekt.

 

De mens is een levende ziel, en vormt een unieke eenheid. Uit het stof der aarde geformeerd, heeft de Schepper ons in ons binnenste een geest geformeerd, ingeblazen, toegevoegd, zie Zach.12:1.1 De last van het woord van JHWH over Israel. JHWH spreekt, Die den hemel uitbreidt, en de aarde grondvest, en des mensen geest in zijn binnenste formeert. En alzo werd de mens tot een levende ziel! Het lichaam bestaat voornamelijk uit twee elementen, zoals de Bijbel ons dat voorhoudt, namelijk beenderen en vlees.

 

Die beenderen vormen het belangrijkste deel van ons lichaam. Moderne wetenschappers in Israël hebben ontdekt dat het menselijk voortplantingsvermogen in de beenderen zit. Dat is logisch wanneer wij bedenken dat in onze beenderen door het rode beenmerg het bloed wordt aangemaakt. In de Bijbel wordt op velerlei wijze over ‘beenderen’ gesproken. En al heel in het begin lezen wij dat Eva gebouwd werd uit een ‘rib’ van Adam. Toen Adam ontwaakte en Eva zag, zei hij de wonderlijke uitdrukking, Gen.2:23: Toen zeide Adam: Deze [is] ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees! Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit den man genomen is. (SVV)

 

Wanneer het voortplantingsvermogen en de bloedfabriek in ons beendergestel zit, dan zei Adam in feite dat Eva ....... bloed van zijn bloed was, en genen van zijn genen.

 

De Zohar (glans) in de Talmud geeft de ziel van de mens drie namen, de nefesj, de roeach en de nesjamah. Dat is een eenheid, maar elk met een eigen aard. De Zohar leert dat de nefesj datgene is wat in het graf ligt als ‘overblijfsel’ van de mens. De nefesj blijft zolang in het graf als de beenderen daarin zijn. De roeach ziet de Zohar als het levende lichaam, de levensgeest die wederkeert tot de Allerhoogste, Pred.12:7. En de nesjama ziet de Zohar als datgene wat terstond naar de plaats gaat vanwaar zij vandaan is gekomen.

 

In Richt.9:2 lezen wij nog over de beenderen, en ook in 2Sam.19:22; 1Kon.13:21; Job 30:17; Ps.6:3, 32:3, 34:21, 51:10, 109:18, 141:7; Spr.14:30 (nijd); Jer.20:9; Kl.l. 1:13; Jes.58:11.

Verbranden van beenderen deed men alleen bij misdadigers, en gold als een zware straf, Ez.24:5,10. Ez.37 spreekt over de beenderen, zijnde het verloren Huis Israël, dat hersteld zal worden. Via de beenderen is de ‘ziel’ van Israel altijd blijven voortbestaan, zowel in het graf, namelijk “de woestijn der volkeren”, als dood, maar evenwel levensvatbaar!

 

Xenotransplantatie (Xeno in het Grieks is ‘vreemd’)

Dat is het overbrengen of transplanteren van een orgaan van een dier van de ene diersoort naar een dier van een andere diersoort, of het overbrengen van een dierlijk orgaan naar een mens. De Gezondheidsraad in ons land vindt dit ethisch verantwoord (naastenliefde-motief).

 

Dieren worden ingeschakeld op deze wijze als leverancier van reserveorganen voor de mens. Dus wordt er vermengd, hetwelk de Bijbel streng verbiedt. Zelfs geen twee verschillende stoffen mogen wij uitwendig dragen, laat staan inwendig twee verschillende soorten organen! zie .....Lev. 19:19  Gij zult Mijn inzettingen houden; gij zult geen tweeërlei aard uwer beesten laten samen te doen hebben; uwen akker zult gij niet met tweeërlei [zaad] bezaaien, en een kleed van tweeërlei stof, dooreen vermengd, zal aan u niet komen. (SVV)

 

Zo goed als zeker gaat men er vanuit dat de mens de hoogst ontwikkelde diersoort is. Men verlaagt zichzelf via de high-techbiologie tot dier! Men moet genetisch gemanipuleerde dieren fokken (o.a. varkens) voor de xenotransplantatie. Dat is onaanvaardbaar! Deskundigen waarschuwen voor het grote risico dat virussen, die nu nog in het varken slapen, voor nog onbekende epidemieën onder de mensen zullen zorgen. Ook heeft men enige tijd geleden de kop van een Baviaan overgezet op een andere, en dat ging enige tijd goed. Men hoeft er niet van op te zien dat straks bijvoorbeeld hersenen, geslachtsorganen van de ene mens naar de andere mens worden getransplanteerd. Waar is het einde?

 

Moeten wij het “naastenliefde-motief” in dezen hanteren? Wanneer mijn naaste zijn leven opzettelijk heeft verknoeid, tegen beter weten in overmatig heeft gerookt, gedronken, geen maskers droeg bij schadelijke stoffen, etc-, moet ik dan voor hem mijn organen beschikbaar stellen, zodat hij zijn slechte leefwijze zal kunnen voortzetten? Kan het paarse kabinet alle Nederlanders dwingen tot een gewetensvolle beslissing, tot het innemen van een standpunt in een zo ingewikkelde zaak als het afstaan van eigen organen bij overlijden? Men plaatst zichzelf en de mensen voor de beslissing welke alleen Gode toebehoort. Dat is een gotspe van de ergste soort, vond Pim Fortuyn in “Elzevier” 18-4-98. Terecht.

 

Wat de Staten-Generaal hiermee doet en beoogt, staat gelijk aan gewetensdwang zoals dat tijdens de donkere middeleeuwen werd toegepast. Het is in strijd met de eed van Hippocrates, wanneer artsen niet meer in de eerste plaats de belangen van het slachtoffer behartigen, maar een run doen op diens organen. Delen van het menselijk lichaam (dus van het leven) komen in handen van gevoelloze technocraten, die de mens als een leverancier beschouwen van organen. Men houdt kunstmatig de levensgeest in het lichaam, totdat men vindt dat deze mag wijken. Een overheid die al deze tegennatuurlijke dingen weet, nochtans wettelijk gaat vastleggen en van haar onderdanen een beslissing eist, werkt het kwaad in de hand, ja, is het kwaad in zichzelf.

 

Besluit

In onze hoogontwikkelde technologische eeuw zijn wij zozeer humaan geworden dat wij elkaar schijnbaar het leven gunnen, en dat leven moet in stand worden gehouden zo lang als het maar kan, desnoods met allerlei technologische hulpmiddelen, al dan niet geoorloofd. Daar tegenover staat echter het schrijnende feit van abortus en euthanasie. Wat wil men daarmee doen? Hoeveel onschuldig bloed wordt er jaarlijks vergoten via de abortusklinieken! Het prille leven wordt in de kiem moorddadig gesmoord en daarna opgeruimd !

 

Hierop is van toepassing datgene wat in Lukas 11:50 staat, namelijk .... Opdat van dit geslacht afgeeist worde het bloed van al de profeten, dat vergoten is van de grondlegging der wereld af. De mensen schijnen zo bezorgd te zijn voor hun leven, maar .... wat zegt Lukas 12:22-30? Het leven is meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding. (SVV)

 

Wij dienen allereerst en alleen het Koninkrijk Gods te zoeken! Dat houdt in dat wij ons aan de wetten van dat Rijk houden, dus aan de gezondheidswetten en andere wetten van de Schepper! En hier liggen de oorzaken van zoveel ziekten, misverstand, bloedvergieten en allerhande ellende! Wij moeten de oorzaken aanpakken en verhelpen, en niet slechts de gevolgen bestrijden! Waarom zijn zoveel mensen ziek en hebben zij blijkbaar bloedtransfusie nodig? Waarom zijn hun organen ziek? Er kunnen erfelijke afwijkingen zijn en andere storingen optreden, maar algemeen is het een feit dat de leefwijze der mensen fout is, men eet ve keerde stoffen, waardoor de organen overbelast en ziek worden! En dan maar weer oplappen, en/of ruilorganen! Nee, de oorzaken moeten worden aangepakt!

 

De technologie is geen wondermiddel, waarbij wij onze foutieve leefwijze kunnen voortzetten, zonder daar schade bij te lijden! Wij weten allen dat het menselijk lichaam uniek is en beschikt over een bijzonder intelligent afweersysteem. Vreemde elementen worden direct herkend en afgestoten. Een orgaan in iemand anders getransplanteerd, ook al past het nog zo goed, moet altijd met medicijnen worden gebruikt om afstoting te voorkomen. Dit toont het tegennatuurlijke aan van transplantatie.

 

Daarbij komt dat de hedendaagse westerse mens het respect voor het leven (en ook voor de dood) heeft verloren. Men denkt dat de mens een soort machine is, waar men alle brandstoffen kan inwerpen die er voorhanden zijn, en dat bij mankementen er wel een revisiedeel zal passen ter vervanging. En hoe die mens-machine daarna verder functioneert, en of men daarna nog wel van een ‘mens’ kan spreken, deert hen niet. Ook het grootste deel der christenen leeft en eet er maar op los, zonder stil te staan bij wat gezondheid is en wil zeggen. Men meent dat gezondheid gekocht en ingeplant kan worden. Dat blijken echter fabels te zijn!

 

Prof. dr. W.H. Velema vindt dat het lichaam wel een tempel is van de Heilige Geest, zolang als het levend is. Zodra het gestorven is, spreekt hij van een “stoffelijk overschot”, dat verder van geen betekenis meer is, daar het zich ontbindt tot stof. De stof zou waardeloos zijn. Dat is bijbels gezien niet het geval. De stof is onvernietigbaar en bezield. In de Bijbel hechtte men grote waarde aan het graf en het begraven. Het graf is “geheiligd”, en de doden rusten op hun slaapstede, Jes.57:2. Uit 1 Kon.13:21-29 en 2 Kon.23:18 blijkt het respect dat men had voor de beenderen van de man Gods!

 

Verder, indien er een pil zou uitgevonden worden dat de mensen 1000 jaar oud konden worden; ja, dat er een pil zou komen die onsterfelijkheid verschafte, ....... dan zouden praktisch alle christenen deze kopen en innemen! Daar kunt u zeker van zijn!

 

Hoe komt dat?

Men kan en wil zich niet onderwerpen aan de Wet Gods! Zie .....Rom. 8:7 Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet. (SVV) . De mens wil en kan niet aanvaarden dat door de zonde de dood in de wereld is gekomen. Nee, door de zondeval is de mens eigen rechter geworden, ‘kennende’ of ‘keurende’ (kiezende) tussen goed en kwaad. De mens wil zelf beslissen, en meent dat zijn beslissingen goed zijn. Helaas, de feiten bewijzen het tegendeel.

 

Maar ook dat verwerpt de mens. Vandaar de technologische wedloop om het van de Scheppergod te winnen! Men meent dat er een tekort zou zijn aan organen. Straks is er zoveel aanbod dat men zal moeten exporteren! Wat is daarvan het gevolg? Steeds grotere vermenging van soorten! In Europa is reeds de orgaanbank “Eurotransplant” waar men wel raad weet met onze organen! Dit ligt voor de hand, gezien ons land geen echte “transplantatieteams” kent.

 

Anderzijds is het de list van de Boze om zoveel mogelijk het oorspronkelijke van de mens te laten verdwijnen, via welke manier dan ook. En die ontpersoonlijking geschiedt o.a. door middel van bloedtransfusie en orgaantransplantatie. Deze dingen moeten wij dan ook ten zeerste van de hand wijzen, als tegennatuurlijk en tegengoddelijk. De resultaten tonen immers aan dat dit de waarheid is!

 

Hersendood

De hersendood is een heet hangijzer. Wanneer is iemand werkelijk dood? Daarover wordt niets gezegd door onze overheid in de folder “Donor worden”. En waarom laat onze overheid iedereen ‘kiezen’, daar het slechts om jonge donoren te doen is? Bhoedisten laten het lichaam van een overledene drie dagen met rust. Ook in de Bijbel vinden wij het ‘Jona-teken’ dat Jezus drie nachten en drie dagen in het graf zou zijn, dat is 72 uur. Iemand was pas echt dood in het Oosten na drie nachten en drie dagen, om schijndood te voorkomen.

 

Met een EEG kan men geen totale diagnose vaststellen van iemands dood, of hersendood. De Nijmeegse ethicus Ten Have stelt dat een hersendood erg moeilijk te bevatten is. De organen hebben zuurstof nodig, dus zal er bij hersendood direct beademd moeten worden. Maar....., er zijn voorbeelden dat hersendood niet echt dood is.

 

Vijf jaar geleden is J. Kerkhoffs in coma geraakt en hersendood verklaard. Men wilde diens organen, maar de familie weigerde (gelukkig). Kerkhoffs kwam weer bij na enige tijd, en leeft nog blij en gelukkig, ... met al zijn organen! (zie Alg. Dagblad 25-4-98)

 

Het positieve van de Wet Orgaandonatie is .....dat ons volk heeft moeten nadenken over de dood en het leven. Men is de nadelen van orgaandonatie onder ogen gaan zien, daar mensen met een donororgaan voor de rest van hun leven in de medische molen blijven. Dat is niet niks. Orgaantransplantatie komt er op neer dat men het leven rekt, maar niet redt. Men zal voortdurend medicijnen moeten slikken, daar het natuurlijk afweersysteem het nieuwe orgaan afstoot. Men moet de natuur onderdrukken. Dus is orgaandonatie en transplantatie niet een puur technische aangelegendheid.

 

Praktische vraag: Wat te doen met het u toegezonden vragenformulier? Indien u tegen het afstaan en transplanteren van organen en weefsels bent, kunt u het volgende doen. U kunt het formulier niet terugzenden, wanneer u er zeker van bent dat uw nabestaanden er nooit in zullen toestemmen dat men uw organen zal nemen als donor. Wanneer u het formulier wel wilt terugzenden, kruis dan het hokje aan van uw keuze met een X, en laat de andere hokjes niet wit en open. Daarmee zou men kunnen knoeien. Men zou uw eigen keuze kunnen doorhalen (corrigeren, zie middelste mededeling Donorverklaring) en voor u een foute keuze kunnen maken. Dus maak de andere hokjes geheel zwart die niet van uw keuze zijn! Schrijf op het formulier dat u een forse schadeclaim zult indienen indien men afwijkt van uw eigen keuze. Maak een kopie ervan en laat dat voor enige euro’s registreren bij het Belasting-registratiekantoor te Arnhem. Of deponeer uw verklaring bij een notaris. Men kan het misschien beter helemaal niet insturen, wanneer men er zeker van is dat de nabestaanden uw besluit zullen uitvoeren.

 

Tenslotte maken wij onze lezers attent op de mogelijkheid hun toestemming voor orgaandonatie te herroepen. Indien u na het lezen van deze brochure tot de overtuiging bent gekomen dat uw vorige besluit, om organen af te staan onjuist was, kunt u dit als nog laten wijzigen. Een en ander staat aangegeven onder punt 5 van het toelichtingsblad “Donor worden, de 10 meest gestelde vragen”, dat u samen met het donorregister-formulier heeft ontvangen.

 

Wordt vervolgd  DEEL 14  De vleespotten van Egypte