Home » De Bijbel DEEL 16

Deel 16 Drugs in de Bijbel

De drugshandel is de beste handel op aarde die er is. Miljarden gaan er in om, en zelfs de meeste regeringen op aarde delen erin en doen er in het openbaar of in het verborgen aan mee. Men bestrijdt de drugshandel, die men intussen stimuleert. De grote vissen (drugshandelaren/baronnen) blijven altijd buiten schot, de kleine visjes worden gevangen, om maar goed te laten zien hoe actief de regeringen wel zijn in het bestrijden van de drugshandel.

 

De Bijbel is toch maar een heel "vreemd" boek, zou men gemakkelijk gaan denken, wanneer je ontdekt dat daarin ook al sprake is van drugs en drugsgebruik. Dat is echter nog niet zo heel merkwaardig wanneer wij wat dieper op deze zaken ingaan. In Gen.1 staat het volgende: vers 29 En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze! 30 Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo. 31 En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.

 

Alle geboomte met zaden is de mens tot spijze gegeven, en God zag het aan en stelde bij Zichzelf vast dat het zéér goed was. Volgens de huidige wetgevingen valt daar kennelijk niet de hennepplant (Cannabis) en andere geestverruimende (psycho-medicinale-activerende) planten en zaden onder! Dus zou God het niet goed gedaan hebben!

In vroeger dagen gebruikte men de cannabis en andere soorten om het menselijk bewustzijn naar andere sferen te verplaatsen. Laten wij eens nagaan welke rol de bewustzijnsverruimende planten speelden in de Bijbel, o.a. bij de profeten.

 

Het woord cannabis is van Scytische oorsprong.

Volgens de Encarta Encyclopedie: Hennep, de plantensoort Cannabis sativa,  de enige soort van het geslacht Cannabis  (v. Gr. cannabis  = hennep) uit de Hennepfamilie. De plant is inheems in West- en Centraal-Azië, maar wordt thans ook geteeld in o.a. Europees Rusland, Italië, Hongarije, Polen, Japan en China. Het is een tot 2 m hoge kruidachtige, eenjarige, tweehuizige plant met handvormig samengestelde bladen met lancetvormige blaadjes. De mannelijke bloemen staan in pluimen, de vrouwelijke in aarvormige kluwens (juli, aug.). De lange bastvezels leveren hennep, grondstof voor touw (zie ook kotonine).

 

De zaden worden als vogelzaad gebruikt en de daaruit geperste olie (hennepolie) is o.a. als spijsolie, voor de zeepfabricage en als surrogaat voor lijnolie in verf in gebruik. De perskoek dient als veevoeder. Ook zijn van deze plant afkomstig de als druggebruikte hennepproducten hasjiesj en marihuana. Afrikaanse hennep komt niet van Cannabis, maar van Sanseveria-soorten.

 

In de Schrift staat het woord Kaneh-bosm, dat is cannabis, kannabus. Kan = hennep, en bosm = aromatisch. Het woord kaneh-bosm komen wij 5x in de Bijbel tegen, en in de meeste vertalingen is het foutief vertaald door kalmoes, calamus. De kalmoes is een gewone plant van weinig of geen betekenis. De Septuagint begon met deze foutieve vertaling. De eerste keer dat wij in de Bijbel het woord kaneh-bosm tegenkomen is in Ex.30:22-33, bij de samenstelling van de heilige zalfolie, voor uitwendig gebruik.

 

22 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: 23 Gij nu, neem u de voornaamste specerijen, de zuiverste mirre, vijfhonderd sikkels, en specerijkaneel, half zoveel namelijk tweehonderd en vijftig sikkels, ook specerijkalmus, tweehonderd en vijftig sikkels; 24 Ook kassie, vijfhonderd, naar den sikkel des heiligdoms, en olie van olijfbomen een hin; 25 En maak daarvan een olie der heilige zalving, een zalf, heel kunstiglijk gemaakt, naar apothekerswerk; het zal een olie der heilige zalving zijn. 26 En met dezelve zult gij zalven de tent der samenkomst, en de ark der getuigenis. 27 En de tafel met al haar gereedschap, en den kandelaar met zijn gereedschap, en het reukaltaar; 28 En het altaar des brandoffers, met al zijn gereedschap, en het wasvat met zijn voet. 29 Gij zult ze alzo heiligen, dat zij heiligheid der heiligheden zijn; al wat ze aanroert, zal heilig zijn. 30 Gij zult ook Aäron en zijn zonen zalven, en gij zult hen heiligen, om Mij het priesterambt te bedienen. 31 En gij zult tot de kinderen Israëls spreken, zeggende: Dit zal Mij een olie der heilige zalving zijn bij uw geslachten. 32 Op geens mensen vlees zal men ze gieten; gij zult ook naar haar maaksel geen dergelijke maken; het is heiligheid, zij zal ulieden heiligheid zijn. 33 De man, die zulk een zalf maken zal als deze, of die daarvan op wat vreemds doet, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken. 34 Verder zeide de HEERE tot Mozes: Neem tot u welriekende specerijen, mirresap, en oniche, en galban, deze welriekende specerijen, en zuiveren wierook; dat elk bijzonder zij. 35 En gij zult een reukwerk ener zalf daaruit maken, naar het werk des apothekers, gemengd, rein, heilig. 36 En gij zult van hetzelve heel klein pulver stoten, en gij zult daarvan leggen voor de getuigenis in de tent der samenkomst, waarheen Ik tot u komen zal; het zal ulieden heiligheid der heiligheden zijn. 37 Doch naar het maaksel dezes reukwerks, hetwelk gij gemaakt zult hebben, zult gijlieden voor uzelven geen maken; het zal u heiligheid zijn voor den HEERE. 38 De man, die dergelijke maken zal, om daaraan te rieken, die zal uitgeroeid worden uit zijn volken.

Zie wat Strongs concordance zegt van Specerijcalmus: 01314 beshem of boshem,

 

De zalfolie heeft een geestverruimende werking. De aanbidders van Astarte (Isthar, dat is Venus, de koningin des hemels, de Stella Maris) gebruikten zalfolie van cannabis. De Scythen gebruiken het via roken in pijpen, of branden in hun tent, waar men de rook inhaleerde. Het pijproken heeft de betekenis  een altaar in het klein te zijn, waarop men zijn wierook brandde.  Cannabis gebruikte men als wierook-offer, Ex.30:8-10. Van de Scythen hebben de Israëlieten het branden van cannabis in tenten overgenomen. De Scythen hadden hun naam van de Grieken ontvangen, maar waren in werkelijkheid Ashkenaz.

 

 

Nu is het roken niet zo heel vreemd, want ook Jahweh verscheen in een grote wolk die van het dagelijkse wierook-offer afkwam. Raakte Mozes door het inhaleren van de rook in hogere sferen, om Jahweh te kunnen raadplegen? God sprak meestal vanuit de wolk tot Mozes, als de Ik ben die Ik ben. Ontving Mozes een vernieuwd zelfbewustzijn in de Tent der samenkomst door de cannabis-rook in te ademen? Cannabis werkt immers in op de hersenen, op het hogere bewustzijn.

 

De 2e maal dat wij het woord cannabis tegenkomen in de Bijbel is in het Hooglied, hfst.4:8-14. 14 Nardus en saffraan, kalmoes en kaneel, met allerlei bomen van wierook, mirre en aloe, mitsgaders alle voornaamste specerijen. Ook hier heeft men het woord Kaneh-bosm vertaald door kalmoes, en dat is fout.

De verering van de godin der liefde, Astarte of Venus, vond ook in Israël plaats, 1Kon.14:23, 2Kron.24:4/5. Was het Hooglied een hymne aan deze godin, de Stella Maris der zee? In 1Kon.3:3 werd deze godin op heuveltoppen aanbeden. Salomo offerde en rookte op de hoogten, 1Kon.11:4/5.

 

De 3e maal dat wij het woord kaneh-bosm in de Bijbel lezen is in Jes.43:23/24. 23 Mij hebt gij niet gebracht het kleine vee uwer brandofferen, en met uw slachtofferen hebt gij Mij niet geëerd; Ik heb u Mij niet doen dienen met spijsoffer, en Ik heb u niet vermoeid met wierook. 24 Mij hebt gij geen kalmoes voor geld gekocht, en met het vette uwer

slachtoffers hebt gij Mij niet gedrenkt; maar gij hebt Mij arbeid gemaakt, met uw zonden, gij hebt Mij vermoeid met uw ongerechtigheden.

 

En in Jes.6:4/7 is er sprake van rook dat het huis vervulde. De serafs verschenen aan Jesaja. Serafs kan men vertalen als "rood-indrinkers". Algemeen werd kaneh-bosm gebrand in een kolenvuur. Daarvan nam de seraf een kool en roerde ermee de lippen van de profeet aan, waardoor zijn ongerechtigheid werd weggenomen.

1 In het jaar, toen de koning Uzzia stierf, zo zag ik den Heere, zittende op een hogen en verheven troon, en Zijn zomen (rook) vervullende den tempel.

2 De serafs stonden boven Hem; een iegelijk had zes vleugelen; met twee bedekte ieder zijn aangezicht, en met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij.

3 En de een riep tot den ander, en zeide: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen! De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol!

4 Zodat de posten der dorpels zich bewogen van de stem des roependen; en het huis werd vervuld met rook.

5 Toen zeide ik: Wee mij, want ik verga! dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen gezien.

6 Maar een van de serafs vloog tot mij, en had een gloeiende kool in zijn hand, die hij met de tang van het altaar genomen had.

7 En hij roerde mijn mond daarmede aan, en zeide: Zie, deze heeft uw lippen aangeroerd; alzo is uw misdaad van u geweken, en uw zonde is verzoend.

 

De 4e keer dat wij het woord kaneh-bosm lezen in het O.T. is in Jer.6:20, waar het gebruik ervan God schijnt te mishagen, doordat er misbruik van werd gemaakt.

20 Waartoe zal dan de wierook voor Mij uit Scheba komen, en de beste kalmoes uit verren lande? Uw brandofferen zijn Mij niet behagelijk, en uw slachtofferen zijn Mij niet zoet.

 

De 5e keer dat het woord kaneh-bosm in de Schrift wordt genoemd is in Ez.27:19

19 Ook leverden Dan en Javan, de omreizer, op uw markten; glad ijzer, kassie en kalmoes was in uw onderlingen koophandel.

 

 

De eerste drie keer dat het woord kaneh-bosm wordt aangehaald is in positieve zin, de laatste twee keer in negatieve zin, vanwege het gebruik in dienst van de godin Astarte. Andere heenwijzingen naar het gebruik van kaneh-bosm (foutief als kalmoes vertaald) vinden wij bij de profeten Ezra, Hosea, Nehemiah, die fel ageerden tegen de aanbidding van afgoden, als de "koningin des hemels", dat is Venus, Stella Maris. Het felst varen de profeten uit tegen de dochteren van Jeruzalem, die de vrouwelijke godheid vereerden. De verbinding van cannabis en de koningin des hemels is meest duidelijk in Jer.44:15-23, waar men een brandoffer aan haar bracht. Venus is de godin der liefde, en om de liefde te bedrijven rookte men aan haar, en de rook der cannabis inhaleerde men om in hogere sferen te geraken.

 

In 2Kon.18:4 zien wij dat de grote reformatoren Hiskia en Josia de Asheras afbraken, dat zijn de beelden van Astarte. Ook de Nehustan of koperen slang werd verwijderd door Hiskia. De Nehustan was een frequent onderdeel van de vroegere vertegenwoordigers van de hemelgodin. De koningen die er vóór Hiskia waren rookten op de hoogten en

onder alle groene boom, 1Kon.17. Daarbij ging het vooral om het fenomeen van de atmosferische elektriciteit, het zgn. St. Elmusvuur (zie onze brochureserie Elektra). Dat noemde men de "geest van Asherah".

Hiskia en Josia verboden deze afgodendiensten, dus ook het misbruik van cannabis, het "groene goud".

 

Wordt vervolgd: Deel 17 Het Kaïns offer en dierlijk vlees