Home » Genetisch bepaald?

WikiFood: 25 maart 2016

 

Zijn chronische aandoeningen, genetisch bepaald?

Vaak hoor je mensen zeggen dat ze er niets aan kunnen doen dat ze een bepaalde aandoening hebben, omdat het nou eenmaal in de genen zit, genetisch bepaald dus. Steeds meer onderzoeken wijzen echter uit, dat het DNA van de mens veel meer bepaald wordt door de leefomstandigheden. Het komt hier op neer dat de zeer ingewikkelde structuur van het DNA gevormd wordt en/of kan veranderen gedurende je hele leven.

 

Het DNA is in staat om in de loop der tijd als het ware een gen aan en uit te kunnen zetten. Psychiater Marco Boks, verbonden aan het UMC Utrecht Hersencentrum zegt hierover: “Dat maakt dat zo’n gen eigenlijk niet meer goed uitgelezen kan worden. Het wordt als het ware stil, of disfunctioneel.”

 

Boks ziet het DNA als een boek dat beschrijft hoe iemand in elkaar zit. “We zien dat door chemische veranderingen in het DNA als het ware stukken van dat boek gesloten blijven, als een bladzijde die eruit gescheurd is.

 

Verder zegt hij: Dat is verrassend. Het klopt niet met het bestaande beeld van DNA. “Waar we lang gedacht hebben dat je het moet doen met de genetische code die je hebt, leren wij nu dat de omgeving wel degelijk nog een grote invloed heeft door sommige stukken van die genetische code tot zwijgen te brengen, of juist van die stukken te activeren.”

 

 

Stressreactie

 

Boks toonde aan dat volwassenen die een moeilijke jeugd hebben gehad, zich daadwerkelijk anders gedragen. Hij liet proefpersonen een spreekbeurt houden voor een streng kijkende commissie en mat bij hen de hoeveelheid stresshormoon. “Daar zagen we dat de cortisolrespons heel duidelijk samenhing met wat voor vroeg-traumatische ervaring ze hadden meegemaakt, maar ook met of zij wel of niet dit litteken hadden in het DNA.”

 

En dat geldt natuurlijk niet alleen voor traumatische ervaringen uit je jeugd, maar ook door hoe je bijvoorbeeld bent opgevoed, uit wat voor gezin je komt. Waar heb je gewoond, in de stad of op het platte land. Wat kreeg je thuis te eten. Was dat elke dag een stukje vlees, of was dat maar één keer in de week, of misschien wel helemaal niet. Een mooi voorbeeld hiervan zie je wanneer je kijkt naar de adel. Deze groep van mensen worden over het algemeen veel ouder, dan bijvoorbeeld wanneer je uit een arbeiders gezin komt.

Kun je hier dan stellen dat dit komt door genetische aanleg? Nee, het heeft te maken met allerlei omstandigheden. Hoogleraar filosofische antropologie aan de Erasmus Universiteit Jos de Mul gaf een lezing met de titel “Leven voorbij de genen”.

De titel gaf eigenlijk al het antwoord. Door te suggereren dat wij volledig worden bepaald door onze genen. Dat idee is inderdaad flauwekul, zei hij.

 

Alle menselijke genen waren bekend, maar het genezen en voorspellen van ziektes aan de hand van DNA bleek een grote teleurstelling.

“Men dacht voorheen dat één gen codeerde voor één eiwit. Maar we weten nu dat de mens honderdduizend verschillende eiwitten huisvest en slechts twintigduizend genen heeft. Bovendien staat nu vast dat leerprocessen het DNA kunnen veranderen. Dat betekent dat je een verworven eigenschap wél kan doorgeven. Stoffen uit voeding en de omgeving kunnen genen aan en uit zetten.

 

Met een genetische aanleg (nature) voor longkanker is het niet gezegd dat je de ziekte daadwerkelijk krijgt. Met een bepaalde leefstijl (nurture) kun je die kans vergroten of verkleinen.

Het is een rehabilitatie van De Lamarcks idee, zegt de Mul. “Dat zet de discussie over nature, de erfelijke component, en nurture, de verworven component, in een ander licht. Nurture blijkt nu de nature te kunnen veranderen.”

 

De mens staat niet ten dienste van een oppermachtig DNA, concludeert De Mul aan het einde van de avond. Allesbepalende genen zijn belachelijk, schrijft ook de Britse bioloog Denis Noble in zijn boek “De muziek van het leven” waarin hij het neodarwinisme aanvalt. De Mul schreef het voorwoord van de Nederlandse vertaling. “Genen bepalen niet zelf wat ze doen. Hoe genen zich gedragen wordt van bovenaf bepaald door gedrag, omgeving en boodschappen uit het lichaam”, citeert hij Noble tot slot.

Klik rechts op afbeelding voor vergroten

 

 

De conclusie van al deze onderzoeken toont aan, dat je dus een bepaalde aanleg kunt hebben voor bijvoorbeeld, stress, kanker, diabetes, hart- en vaatziekten, enz. echter niet door genen. Maar meer doordat je (voor) ouders een bepaald leefpatroon aan je doorgeven.

Daar kun je in het begin van je leven niets aan doen, maar je kunt het gedurende je leven wel bijsturen, aanpassen of totaal veranderen en omdraaien.