Home » Kaïn's offer

DEEL 17  Het Kaïn's offer en dierlijk vlees

Het was voorzeker een goede zaak, Kaïn en Abel brachten beiden een offer aan de Schepper. Een soort kerkelijke dankdag voor gewas en arbeid zou je zo zeggen. Aan de offers kun je zien wat de mens is en wat in zijn hart leeft. Er komt uit een hart wat erin zit, zo goed als men uit een blik olijfolie geen water kan tappen, of uit een fles zoutzuur geen azijn kan verwachten. Ook JHWH keurde de harten en offers van Kaïn en Abel. Hij nam Abel en zijn offer aan, maar Kaïn niet. Dat zette kwaad bloed bij Kain.

 

Wij lezen het in Genesis 4:

3 En het geschiedde ten einde van enige dagen, dat Kain van de vrucht des lands aan JHWH offer bracht.

4 En Habel bracht ook van de eerstgeborenen zijner schapen, en van hun vet. En de JHWH zag, Habel en zijn offer aan;

5 Maar Kain en zijn offer zag Hij niet aan. Toen ontstak Kain zeer, en zijn aangezicht verviel.

6 En JHWH zeide tot Kain: Waarom zijt gij ontstoken, en waarom is uw aangezicht vervallen?

7 Is er niet, indien gij weldoet, verhoging? en zo gij niet weldoet, de zonde ligt aan de deur. Zijn begeerte is toch tot u, en gij zult over hem heersen.

8 En Kain sprak met zijn broeder Habel; en het geschiedde, als zij in het veld waren, dat Kain tegen zijn broeder Habel opstond, en sloeg hem dood.

9 En JHWH zeide tot Kain: Waar is Habel, uw broeder? En hij zeide: Ik weet het niet; ben ik mijns broeders hoeder?

10 En Hij zeide: Wat hebt gij gedaan? daar is een stem des bloeds van uw broeder, dat tot Mij roept van den aardbodem.

11 En nu zijt gij vervloekt van den aardbodem, die zijn mond heeft opengedaan, om uws broeders bloed van uw hand te ontvangen.

12 Als gij den aardbodem bouwen zult, hij zal u zijn vermogen niet meer geven; gij zult zwervende en dolende zijn op aarde.

13 En Kain zeide tot JHWH: Mijn misdaad is groter, dan dat zij vergeven worde.

 

Waarom zou Kaïn van de vrucht des lands een offer gebracht hebben? En zou Abel een schaap gedood hebben om als offer te brengen? Wat houdt een offer in? Zou JHWH fysieke en of dierenoffers van ons vragen, en waarom? Zou het niet zo kunnen zijn dat zaken en namen met betrekking tot deze eerste melding van offers omgedraaid dienen te worden? Dan zou het Kaïn zijn die een dier doodde, en Abel die van de vruchten des lands een offer bracht. Dat is wel meer logisch in de lijn van de voorschriften van JHWH. Het is in overeenstemming met 1Johannes 3:12.

 

Het offer

Volgens Wikipedia is het offer als volgt: Offer (ook wel offerande), afgeleid van het Latijnse offerre ‘aanbieden’, is een geschenk, meestal aan God, een god, godin, of goden, maar ook aan andere machten zoals een fetisj of de doden. Het doel is te bedanken, goede gezindheid te krijgen, reiniging, hulp krijgen, vergiffenis vragen ( een ‘zoenoffer’), enz. Het achterliggende principe wordt wel aangeduid met de Latijnse woorden do ut des: ‘ik geef opdat u (iets terug)geeft’.

 

Soorten offers:

Vuuroffer: Bij een vuuroffer wordt enkel vuur gemaakt als hoofdonderdeel van een ritueel.

Brandoffer: Hierbij worden op een altaar (delen van) een offerdier verbrand, meestal een stuk vee.

Plengoffer (of libatie): Hierbij wordt vanuit een offerschaaltje of een vaasje iets vloeibaars ‘geplengd’ (uitgegoten), bijvoorbeeld wijn, melk of honing.

Geldoffer: Het doneren van geld aan een Chinese tempel of andere tempels.

Geuroffer: Er worden fijne geurende stoffen geofferd zoals mirre en wierook, omdat men ervan uitgaat dat de goden hiervan genieten (dit geldt niet in het boeddhisme).

Eerstelingenoffer: Een deel van de nieuwe oogst, bijvoorbeeld graan, wordt als dank aan een god geschonken.

Votiefoffer of wijgeschenk: Hierbij wordt als dank voor hulp een geschenk aan de god of de goden in de tempel of het heiligdom van de god gebracht. De schenker heeft de gelofte (Latijn: votum) gedaan als hij wordt geholpen na afloop op grond van zijn gelofte (ex voto) een geschenk te geven.

Mensenoffer: Hierbij wordt een mens gedood, soms ook in opdracht van de godheid.

Holocaust: Het geofferde wordt volledig verbrand. De rookzuil moet de goden welgevallig zijn. Tot zover Wikipedia.

 

Voorschriften van JHWH

De voorschriften van JHWH aan de eerste mensen kunnen wij heel duidelijk lezen in Genesis 1 en 2. Daaronder valt vooral dat wat betrekking heeft op het levensonderhoud, wat de mensen dienen te eten om gezond te blijven, om de opdracht van JHWH naar behoren te kunnen vervullen. De mens is immers wat hij eet. Laten wij die voorschriften eens lezen:

1:26 En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.

27 En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.

28 En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!

29 En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze!

30 Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.

31 En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.

 

In Genesis 2 staat een herhaling of vervolg over wat de mensen dienen te eten:

2:16 En JHWH God gebood den mens , zeggende: Van allen boom dezes hofs zult gij vrijelijk eten;

17 Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.

3:17 En tot Adam zeide Hij: Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw, en van dien boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten; zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt; en met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens.

18 Ook zal het u doornen en distelen voortbrengen, en gij zult het kruid des velds eten.

 

In Genesis 2 lezen wij een beperking in het eten van de boomvruchten.

Het gaat hier niet om een fysieke boom, maar om een symbolische boom, waarvan Adam zeker op de hoogte was gesteld wat daarvan de betekenis was. Men mag niemand een verbod opleggen waarvan men niet de betekenis weet. Na de zogeheten ‘zondeval’ krijgen Adam en Eva de opdracht dat zij van het kruid des velds zullen eten. Nergens wordt ook maar enige toestemming verleend om dieren te doden en op te eten.

Genesis 3:17 En tot Adam zeide Hij: Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw, en van dien boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten; zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt; en met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens.

18 Ook zal het u doornen en distelen voortbrengen, en gij zult het kruid des velds eten.

19 In het zweet uws aanschijns zult gij brood  eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren.

 

Er wordt nergens iets vermeld dat de mensen na de ‘zondeval’ ook vlees moesten of mochten gaan eten. Wat betreft het slachten van dieren meent men in Genesis 3:21 een voorbeeld te mogen zien dat JHWH zelf een dier zou geslacht hebben, en vervolgens daarvan rokken van vellen zou hebben gemaakt voor Adam en Eva. Die eerste kledingstukken worden ook wel de aegis genoemd. Zelf hadden Adam en Eva van vijgenbladeren schorten gemaakt, vanuit hun natuurinstinct.

3:21 En JHWH God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen, en toog ze hun aan.

Er staat hier niet bij vermeld dat er een dier geslacht werd door JHWH en dat Hij daarvan rokken maakte om deze aan Adam en Eva aan te trekken. Dat is een filosofische gedachtegang van mensen. Het kunnen wel rokken van vellen papyrus en andere boom- of plantensoorten zijn geweest. JHWH zou volgens de opvatting van de meeste exegeten de eerste dierenslachter zijn geweest. Dit is sterk te betwijfelen. JHWH heeft het in Zijn Wet verboden om te doden. Het leven is heilig, ook van dieren.

Lees wat in Jesaja 66 staat:

3 Wie een os slacht, slaat een man; wie een lam offert, breekt een hond den hals; wie spijsoffer offert, is als die zwijnenbloed offert; wie wierook brandt ten gedenkoffer, is als die een afgod zegent.

 

Abrahams offer

Niet Abraham, maar Izaak ontving de opdracht van JHWH een offer te brengen, zie Verbondsboek van M.J. Wetberg. Het ging ook niet om een mensenoffer, zoals dat bij omringende volkeren wel werd gebracht om de goden gunstig te stemmen. Er staat in Genesis 22:13 ook niet dat JHWH een ram die in de struiken verward zat gaf aan Abraham om er een brandoffer mee te brengen. Dat heeft Abraham zelf maar gedaan, ter compensatie aan JHWH, zónder uitdrukkelijk bevel van de Engel van JHWH.

11 Maar de Engel van JHWH riep tot hem van den hemel, en zeide: Abraham, Abraham! En hij zeide: Zie, hier ben ik!

12 Toen zeide Hij: Strek uw hand niet uit aan den jongen, en doe hem niets! want nu weet Ik, dat gij God vrezende zijt, en uw zoon, uw enige, van Mij niet hebt onthouden.

13 Toen hief Abraham zijn ogen op, en zag om, en ziet, achter was een ram in de verwarde struiken vast met zijn hoornen; en Abraham ging, en nam dien ram, en offerde hem ten brandoffer in zijns zoons plaats.

14 En Abraham noemde den naam van die plaats: JHWH zal het voorzien!

 

Noachs offer

Van het eten van dieren lezen wij niets in de Bijbel tot en met de tijd na de zondvloed. Er wordt melding gemaakt dat er verschil is tussen reine en onreine dieren, maar niet dat alleen reine dieren gegeten zouden mogen worden. Van de onreine dieren ging één paartje in de ark, en van de reine dieren zeven paartjes. Pas ná de zondvloed toen de aarde weer droog was en de dieren uit de ark waren losgelaten, lezen wij dat Noach offerde. Hij offerde van de reine dieren, en JHWH rook de reuk en vond dat heerlijk ruiken.

Genesis 8:15 Toen sprak God tot Noach, zeggende:

16 Ga uit de ark, gij, en uw huisvrouw, en uw zonen, en de vrouwen uwer zonen met u.

17 Al het gedierte, dat met u is, van alle vlees, aan gevogelte, en aan vee, en aan al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, doe met u uitgaan; en dat zij overvloediglijk voorttelen op de aarde, en vruchtbaar zijn, en vermenigvuldigen op de aarde.

18 Toen ging Noach uit, en zijn zonen, en zijn huisvrouw, en de vrouwen zijner zonen met hem.

19 Al het gedierte, al het kruipende, en al het gevogelte, al wat zich op de aarde roert, naar hun geslachten, gingen uit de ark.

20 En Noach bouwde JHWH een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar.

21 En JHWH rook dien liefelijken, reuk, en JHWH zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van ‘s mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik zal voortaan niet meer al het levende slaan, gelijk als Ik gedaan heb.

22 Voortaan al de dagen der aarde zullen zaaiing en oogst, en koude en hitte, en zomer en winter, en dag en nacht, niet ophouden.

9:1 En God zegende Noach en zijn zonen, en Hij zeide tot hen: Zijt vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde!

2 En uw vrees, en uw verschrikking zij over al het gedierte der aarde, en over al het gevogelte des hemels; in al wat zich op den aardbodem roert, en in alle vissen der zee; zij zijn in uw hand overgegeven.

3 Al wat zich roert, dat levend is, zij u tot spijze; Ik heb het u al gegeven, gelijk het groene kruid.

4 Doch het vlees met zijn ziel, dat is zijn bloed, zult gij niet eten.

 

God zou hier plotseling overschakelen van het oorspronkelijke voorschrift aan de mensen om alleen het zaadzaaiende en vruchtdragende te eten, zodat voortaan de mensen ook alles zouden mogen eten wat zich beweegt en levend is. Hierbij wordt géén onderscheid gegeven van rein en onrein! De enige beperking is dat het bloed van de dieren niet mag worden gegeten. Wie dus van de Bijbel uitgaat en de voedselvoorschriften leest, komt er achter dat de mensen na Noach álles mochten eten wat dierlijk was. Pas na de uittocht uit Egypte kregen de Israëlieten bij de Sinaï het voorschrift om alleen rein gedierte te eten.

 

Waarom zou God die een Geest is, nu ineens de reuk van gebraden en aangebrand vlees zo lekker vinden? Raakte Hij erdoor in een roes zodat Hij de voorschriften wijzigde? Waarom wordt er geen duidelijk voorschrift gegeven aan Noach dat alléén reine dieren zouden mogen worden gegeten? Wat wel opvalt is, dat na de zondvloed -dus toen mensen allerlei dieren gingen eten- de leeftijden daalden en de mensen niet meer zo oud werden als voorheen. Het consumeren van dieren schijnt direct verband te houden met het verkorten van de leeftijd.

Exodus 12:8 En zij zullen het vlees eten in denzelfden nacht, aan het vuur gebraden, met ongezuurde broden; zij zullen het met bittere saus eten.

Exodus 12:46 In een huis zal het gegeten worden; gij zult van het vlees niet buiten uit het huis dragen, en gij zult geen been daaraan breken.

Exodus 16:8 Voorts zeide Mozes: Als JHWH ulieden aan den avond vlees te eten zal geven, en aan den morgen brood tot verzadiging, het zal zijn, omdat JHWH uw murmureringen gehoord heeft, die gij tegen Hem murmureert; want wat zijn wij? Uw murmureringen zijn niet tegen ons, maar tegen JHWH.

Exodus 16:12 Ik heb de murmureringen van de kinderen Israels gehoord; spreek tot hen, zeggende: Tussen de twee avonden zult gij vlees eten, en aan den morgen zult gij met brood verzadigd worden; en gij zult weten, dat Ik JHWH uw God ben.

Exodus 29:32 Aaron nu en zijn zonen zullen het vlees van dezen ram eten, en het brood, dat in den korf zal zijn, bij de deur van de tent der samenkomst.

Deuteronomium 12:15 Doch naar allen lust uwer ziel  zult gij slachten en vlees eten, naar den zegen van JHWH , uws Gods, dien Hij u geeft, in al uw poorten; de onreine en de reine zal daarvan eten, als van een ree, en als van een hert.

Deuteronomium 12:20 Wanneer JHWH, uw God, uw landpale zal verwijd hebben, gelijk als Hij tot u gesproken heeft, en gij zeggen zult: Ik zal vlees eten; dewijl uw ziel 

lust heeft vlees te eten, zo zult gij vlees eten, naar allen lust uwer ziel.

 

Planten zetten zonlicht regelrecht om via chlorofyl in voedsel.

Begrijpelijk dat planten en zaden dan ook hét voorgeschreven voedsel is voor de mens. Wij en dieren kunnen immers niet regelrecht het zonlicht in ons omzetten tot voedsel. Wanneer wij planten, vruchten en noten eten krijgen wij indirect zonlicht in ons. Wanneer wij vlees van dieren eten ontbreekt daarin het zonlicht-voedsel! Het coherente licht van de zon wordt opgeslagen als biofotonen in het levende organisme. Het hoge doel van metabolisme is in planten en dieren om hoog coherent UV-licht te scheppen in het DNA, wat vereist is voor een goede celdeling.

Dierenvlees voldoet niet aan dit criterium.

De Vleespotten van Egypte

Wat staat er te lezen in Exodus 16:4?

1 Toen zij van Elim gereisd waren, zo kwam de ganse vergadering der kinderen Israels in de woestijn Sin, welke is tussen Elim en tussen Sinai, aan den vijftienden dag der tweede maand, nadat zij uit Egypteland uitgegaan waren.

2 En de ganse vergadering der kinderen Israels murmureerde tegen Mozes en tegen Aaron, in de woestijn.

3 En de kinderen Israels zeiden tot hen: Och, dat wij in Egypteland gestorven waren door de hand van JHWH, toen wij bij de vleespotten zaten, toen wij tot verzadiging brood aten! Want gijlieden hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om deze ganse gemeente door den honger te doden.

4 Toen zeide JHWH tot Mozes: Zie, Ik zal voor ulieden brood uit den hemel regenen; en het volk zal uitgaan, en verzamelen elke dagmaat op haar dag; opdat Ik het verzoeke, of het in Mijn wet ga, of niet.

5 En het zal geschieden op den zesden dag, dat zij bereiden zullen hetgeen zij ingebracht zullen hebben; dat zal dubbel zijn boven hetgeen zij dagelijks zullen verzamelen.

6 Toen zeiden Mozes en Aaron tot al de kinderen Israels: Aan den avond, dan zult gij weten, dat u JHWH uit Egypteland uitgeleid heeft;

7 En morgen, dan zult gij van JHWH heerlijkheid zien, dewijl Hij uw murmureringen tegen JHWH gehoord heeft; want wat zijn wij, dat gij tegen ons murmureert?

8 Voorts zeide Mozes: Als JHWH ulieden aan den avond vlees te eten zal geven, en aan den morgen brood tot verzadiging, het zal zijn, omdat JHWH uw murmureringen gehoord heeft, die gij tegen Hem murmureert; want wat zijn wij? Uw murmureringen zijn niet tegen ons, maar tegen JHWH.

 

Wordt vervolgd: In navolging op dit artkel: DEEL 18  Best speech you will ever hear!